Uit archeologisch onderzoek is komen vast te
staan dat er in het grondgebied van de gemeente
Valkenswaard al tussen 8500 en 3000 vóór
Christus mensen hebben geleefd. De eerste
schriftelijke bewijzen van het bestaan van
Valkenswaard dateren uit de middeleeuwen. In
1191 schreef een monnik van de abdij van
Echternach een schenkingsakte over (vidimus)
waarin de Frankische landheer Aengibaldus in 704
het dorp Waderlo (Waalre), gelegen aan de rivier
de Dutmala (Dommel), schenkt aan Willibrordus.
Per testament maakte deze dit gebied over aan de
abdij van Echternach. Hoewel het historisch
moeilijk is te bewijzen, wordt aangenomen dat
Valkenswaard toen al bestond, zij het onder een
andere naam (Wedert) en deel uitmakend van de
heerlijkheid Waalre. Deze heerlijkheid
behoorde tot de Meijerij van 's-Hertogenbosch,
kwartier Kempenland, en was vanaf 1326 tot ver
in de 19e
eeuw in het bezit van verschillende adellijke
geslachten: Van Horne, Van Cuijk, Van Rotselaer,
Schotelmans, Van der Clusen, Swaen, Unselt,
Backus, Van Repelaer, De Court en Onderwater.
Onder invloed van de Franse revolutie scheidde
Valkenswaard zich pas in 1794 af en vormde het
zelf een bestuurlijke eenheid.
De
naam Wedert of Wedart wordt etymologisch
verklaard als een samenvoeging van wede
(kreupelhout, struikgewas) en aard (gemene
weide, gemeente, vroente). Doordat rond 1600 in
Valkenswaard een levendige varkenshandel
ontstaat, verkrijgt het daarmee de naam
Verkenswedert. Pas als in de daarop volgende
eeuwen het dorp internationale bekendheid krijgt
vanwege zijn valkenvangers en valkeniers, wordt
de naam Verkenswedert gaandeweg vervangen door
Valckenwaert.
De
valkerij kon zich vanaf de 17e eeuw
in Valkenswaard zo goed ontwikkelen omdat het
gelegen was in de trekroute van de slechtvalk en
het vangen en africhten van de vogels een
lucratieve bezigheid was. Vele Valkenswaardse
valkeniers waren werkzaam aan bijna alle
Europese vorstenhuizen, waar de valkenjacht een
geliefd tijdverdrijf was. Echter, met de komst
van de Franse revolutie en de daarmee
samenhangende teloorgang van vele adellijke
geslachten, de moderniseringen van de 19e
eeuw en het verdwijnen van uitgestrekte
heidevelden, kwam ook een einde aan de valkerij.
De
sigarenindustrie werd na 1860 een belangrijke
bron van inkomsten voor het weinig welvarende
dorp. Er ontstonden in de loop der tijd vele
fabrieken en fabriekjes, de laatste vaak met een
personeelsbestand van maar enkele mensen. De
stagnatie van grondstoffentoevoer tijdens de
Tweede Wereldoorlog, de verplichte
tewerkstelling van vele sigarenmakers vanwege de
Arbeitseinsatz, de verwoesting van fabrieken en
fabriekjes tijdens de beschietingen voorafgaand
aan de bevrijding in 1944, gevolgd door de
anti-tabaks-lobby die eind jaren '50 de kop
opstak, deden uiteindelijk de sigarenindustrie
de das om. De laatste twee, Hofnar en Willem II,
moesten enkele jaren geleden de deuren voorgoed
sluiten.
Tot de geschiedenis van Valkenswaard behoren
onlosmakelijk ook de bij de bevrijding in de
herfst van 1944 gesneuvelde Britse militairen.
Zij behoorden tot twaalf verschillende
legeronderdelen, waarvan de meeste slachtoffers
(107) vielen bij de 53rd Welsh Infantry division.
De namen van alle gesneuvelden werden opgetekend
door de Commonwealth War Graves Commission.
Their name liveth for evermore.
Thans
is Valkenswaard een groot modern dorp met een
goed geoutilleerde stedelijke kern en vervult de
gemeente een centrumfunctie voor het Kempisch
gebied. Er wonen ruim 31.000 mensen op 5.650 ha
met dank aan:
Stichting historisch genootschap Valkenswaard
http://www.shgv.nl/index.htm
terug naar bovenkant
pagina
g
Historisch tekstfragment
uit
'Het Koninkrijk der Nederlanden' van J.L. Terwen
1858
Valkenswaard (met
gehuchten 1.200 inw.), een fraai dorp met 420
inw. In de kom, 5 leerlooierijen, 2
bierbrouwerijen, 2 lijmziederijen, 2 oliemolens
en 1 watermolen. Het was vroeger vermaard om de
talrijke valkeniers, die uit alle oorden van
Europa er hun verblijf hielden, en door hunne
groote verteringen en valkenjagten veel tot
welvaart der plaats bijdroegen; het dorp heeft
een groot, met boomen beplant en digt met huizen
bebouwd marktplein, en eene schoone kerk, zonder
orgel, maar met eenen hoogen toren; het ligt 2
uren Z. van Eindhoven.
met dank aan: VASO
http://www.vasoprojecten.nl/projecten.php?pid=7
terug naar bovenkant
pagina
Historisch tekstfragment
Meierijsche Courant, Donderdag 17 November 1904.
Valkenswaard.
Maandag en Dinsdag vierde het St. Nicolaasgilde
in de zaal van den heer Jansen-Jaspers feest.
Nadat men des morgens de H. Mis had gehoord,
werd de dag aangenaam gepasseerd. Een woord van
lof aan den krassen tamboer D. Cox, die
niettegenstaande hij meer dan acht kruisjes telt
het gezelschap nog onder een flinken marsch ter
kerke geleidt en van daar naar het lokaal. ’t Is
een flinke man, menigen jongeren tot voorbeeld.
terug naar bovenkant
pagina
Historisch tekstfragment
Meierijsche Courant, Dinsdag 22 November 1904.
Valkenswaard. Volgens oud gebruik zal ook dit jaar weer met Sint
Nicolaas de kindervriend op zijn paard stijgen en de ronde doen. Ten
einde de marsch van Sint Nicolaas te kunnen vullen, zal er van te
voren moeten worden rondgegaan. Wij vertrouwen dan ook, dat de
ingezetenen evenals andere jaren het goede hart zullen toonen.
terug naar bovenkant
pagina
Geschiedenis van
het gilde St. Nicolaas.
Onze gilde heeft
een koningsschild in bezit
waaruit blijkt dat we al in
1609 bestonden,
maar waarschijnlijk is onze"Guld" veel en
veel ouder,
maar daar hebben we helaas "nog" geen bewijs,
dus houden we 1609 aan, d.w.z. dat er in 2009 een 400 jarig
bestaan wordt gevierd.

St Nicolaasgilde's oudste zilveren
Koningsschild uit "1609"
(De volgende tekst is
overgenomen uit
"onder de schutse van het gilde"
van Alfons Ising)
In 1933 en 1934 verschenen
van J.A. Jolles de delen I en II van, ‘De schuttersgilden en
schutterijen van Noord-Brabant, overzicht van hetgeen nog bestaat’.
Het boek was, en is nog steeds, een standaardwerk over het wel en
wee van de gilden uit de dertiger jaren van de 20e eeuw.
Jolles liet duidelijk merken dat het in het algemeen bar slecht was
gesteld inzake het beheer van gildebezittingen.
Een tweede reden kan zijn, de oprichting van de ‘Bond van
schuttersgilde in Kempenland’ op 19 Januari 1935.
Men was er weliswaar nog niet bij aangesloten, maar er waren
contacten met andere gilden en dat zal vermoedelijk stimulerend
gewerkt hebben.
Tot 1936 zijn we dus aangewezen op andere documenten waarvan het
krantenbericht van 16 Juni 1901 zowaar melding maakt van de viering
van het 400-jarige bestaan.
Het is vrijwel zeker dat het gilde in die tijd niet beschikte over
bewijsmateriaal om het oprichtingsjaar van 1501 kracht bij te
zetten.
Men heeft vermoedelijk de oprichtingsdatum gekoppeld aan de bouw van
de eerste St. Nicolaaskerk die omstreeks 1500 in gebruik is genomen
(aan de kerkhofstraat, zie tekeningen hieronder).
|
 |
 |
Het is namelijk in
gildekringen lange tijd de gewoonte geweest, (het begint nu iets
minder te worden) om de oprichtingsdatum van een parochiegilde min
of meer gelijk te stellen met het ontstaan van de gelijknamige kapel
of kerk.
De historische feiten tonen aan dat veel gilden later zijn ontstaan.
Fraaie volzinnen over de hoge ouderdom van een gilde zijn
gemakkelijk geschreven, maar het bewijs erbij leveren gaat meestal
wat moeilijker.
De viering van het 375-jarig bestaan in 1984 is gebaseerd op een
zilveren penning met op de voorzijde de inscriptie, "HVIBERT IANS TE
GINHOVEN 1609" en een schietpoel van een weefgetouw.
Met dit feitelijk gegeven zullen we proberen om zo ver mogelijk in
de richting van het jaar 1501 te komen.
De koning heette voluit, Huibert Jans(zoon) Dryessen.
Hij was wever van beroep en woonde in het gehucht Geenhoven
(Ginhoven, of Ginneve in oud Valkenswaards dialect).
Het Valkenswaardse van toen bestond uit verschillende gehuchten
waarvan Geenhoven er een was.
Met behulp van het boek ‘Noordbrabantse plaatsnamen’ van H.E.M.
Mélotte en J. Molemans kunnen we heel wat meer te weten komen.
Het koningschieten in 1609 gebeurde in de nabijheid van ‘de
Deelshurk’, in een gebied dat met de naam ‘Lovershof (of loevershof)’
werd aangeduidt en dat nu omgrensd wordt door de Molenstraat,
Maastrichterweg en Molensteen.
Er was reden om een feestje te bouwen rondom de al langer bestaande
traditie van het koningschieten, want het 12-jarige bestand
(1609-1621) in de tachtigjarige oorlog (1568-1648) was ingegaan, een
tijdelijke vrede dus.
Huibert volgde met het koningschieten in de voetsporen van zijn
vader ‘Jan Willems(zoon) Dryessen’ die zich eerder keizer (= drie
achtereenvolgende keren tot koning schieten of 5 maal in totaal) van
het gilde mocht noemen. Dát moet een héél belangrijke gebeurtenis
zijn geweest, want vader Dryessen had zich daarmee de bijnaam ‘de
keysser’ (de keizer) verworven. Zelfs zo, dat men meer de bijnaam
dan de officiële geslachtsnaam gebruikte. In de oude documenten
inzake het grondbezit komen we herhaaldelijk de bijnaam ‘de keysser’
tegen.
Een eerste bevestiging van
een ouder bestaan van het gilde dan 1609 vinden we in 1604, waar
sprake is van ‘een huijskens metten dryes en lande, aen Synte
nyclaes stock’ oftewel, ‘een huis met een Dryes (?) en land, aan de
Sint Nicolaasstok’ .
Wanneer we echter de gang van zaken van het keizerschieten
(tenminste drie jaren) tegen de achtergrond projecteren van de
oorlogshandelingen uit die tijd, mogen we aannemen dat vader
Dryessen zich veel eerder dan 1604 tot keizer heeft geschoten.
Dit wordt bevestigd door een grondbezitbeschrijving uit het jaar
1589 die zich in het rijksarchief in ’s Hertogenbosch
(Noord-Brabant) bevindt (Rechterlijk archief Waalre en Valkenswaard/Protocol
van testamenten, scheidingen, delingen, accoorden, transporten en
geloften, 1446-1685).
In het desbetreffende stuk is er sprake van: ‘een stuck erffs
eerfsdeels ende lant geheyten den keyserman’.
Bijnamen kreeg men niet zomaar, zeker niet als men zich tot keizer
van een gilde schoot, en daarom mag gezegd worden dat ‘Jan Willems(zoon)
Dryessen’ zich tenminste een aantal jaren vóór 1589 tot keizer moet
hebben geschoten.
Wanneer, ja dat blijft nog een open vraagstuk, omdat tot nu toe elk
ouder spoor ontbreekt.
Het Valkenswaardse St. Nicolaasgilde moet volgens deze gegevens al
in 1584 hebben bestaan.
Welgeteld is dat geen 375 jaar in 1984 (400 in 2009), maar 400 jaar
(425 in 2009), evenveel als in 1901, maar dan wel op heel andere
gronden vastgesteld.
Alles over deze 400 jarige viering
vindt u binnen kort HIER.
Plattegrond van de
moderne Heilige St. Nicolaaskerk
op de markt te Valkenswaard, klik
HIER!
terug naar bovenkant
pagina
Al eeuwenlang viert Sinterklaas
zijn verjaardag in Nederland. Hoewel iedereen denkt dat de
beste man uit Spanje komt, woonde hij rond het jaar 300 in
Myra, een plaatsje aan de zuidkust van Turkije.
Bisschop Nicolaas was vroom, hulpvaardig en niet bang.
 |
Toen Nicolaas overleed op 6 december 342 werd hij heilig
verklaard en werd zijn sterfdag in ere gehouden als naamdag.
En die naamdag vieren wij ieder jaar op 5 december.
Een heilige was niet alleen een goed voorbeeld, maar werd
ook gezien als iemand die voor je kon bemiddelen bij God.
Nicolaas was de beschermer van zeelieden, maar ook van
slager, gevangenen en natuurlijk kinderen.
Voor brave
scholieren en arme kinderen was een beloning op 6 december
iets om naar uit te kijken. Een typisch Nederlands
verschijnsel was dat Nicolaas gold als beschermheilige tegen
overstromingen.
|
De zak
De naam Sinterklaas is een
verbastering van Sint-Heer-Nicolaas. Het feest bestond uit
het kopen van lekkers op de Sinterklaasmarkt op de avond van
5 december. Daarna gaven volwassenen elkaar cadeautjes en
omdat kinderen vroeg naar bed moesten mochten zij hun schoen
zetten. Zo konden kinderen hun zegen of straf in ontvangst
nemen.
Omdat Sinterklaas brave kinderen beloonde lag het voor de
hand dat hij ook stoute kinderen zou straffen. De lege zak
van de cadeautjes werd gebruikt om deze stoute kinderen in
te stoppen.
Gelukkig is dat maar heel zelden voorgekomen; kinderen
moeten het wel héél bont maken om in de zak terecht te
komen.
Suikergoed
Het vieren van de verjaardag van
Sinterklaas gaat meestal gepaard met heel veel lekkers:
pepernoten, marsepein, overheerlijke chocolade letters,
speculaas poppen en schuimpjes. Suikergoed was
oorspronkelijk een kostbaar geneesmiddel, bijvoorbeeld tegen
de hoest.
Speculaas
Speculaas is een koek met een
bijzonder kruidenmengsel. Vroeger werden er met glazuur of
verguldsel figuren op afgebeeld.
Een bijzondere speculaaskoek was de vrijer, afgeleid van
Freir de Germaanse god van de vruchtbaarheid. Sinterklaas
heerst immers ook over verliefde mensen. Door iemand een
vrijer te geven kon je laten merken dat je die persoon wel
heel leuk vond. Als de ander de koek aanpakte had je
verkering. Zo makkelijk ging dat in de tijd.
met dank aan:
http://home.planet.nl/~kiromiji/nl/nhh/nl_sinterklaas.html
terug naar bovenkant
pagina |