--- 1609  -  2009, 400+ jaar---


Geschiedenis

Deze pagina gaat over de geschiedenis
van Valkenswaard en onze gilde in het bijzonder.

Klik een van onderstaande regels aan
en je bent bij het begin van die tekst!!

Beknopte geschiedenis van Valkenswaard

Uit archeologisch onderzoek is komen vast te staan dat er in het grondgebied van de gemeente Valkenswaard al tussen 8500 en 3000 vóór Christus mensen hebben geleefd. De eerste schriftelijke bewijzen van het bestaan van Valkenswaard dateren uit de middeleeuwen. In 1191 schreef een monnik van de abdij van Echternach een schenkingsakte over (vidimus) waarin de Frankische landheer Aengibaldus in 704 het dorp Waderlo (Waalre), gelegen aan de rivier de Dutmala (Dommel), schenkt aan Willibrordus. Per testament maakte deze dit gebied over aan de abdij van Echternach. Hoewel het historisch moeilijk is te bewijzen, wordt aangenomen dat Valkenswaard toen al bestond, zij het onder een andere naam (Wedert) en deel uitmakend van de heerlijkheid Waalre.  Deze heerlijkheid behoorde tot de Meijerij van 's-Hertogenbosch, kwartier Kempenland, en was vanaf 1326 tot ver in de 19e eeuw in het bezit van verschillende adellijke geslachten: Van Horne, Van Cuijk, Van Rotselaer, Schotelmans, Van der Clusen, Swaen, Unselt, Backus, Van Repelaer, De Court en Onderwater. Onder invloed van de Franse revolutie scheidde Valkenswaard zich pas in 1794 af en vormde het zelf een bestuurlijke eenheid.

De naam Wedert of Wedart wordt etymologisch verklaard als een samenvoeging van wede (kreupelhout, struikgewas) en aard (gemene weide, gemeente, vroente). Doordat rond 1600 in Valkenswaard een levendige varkenshandel ontstaat, verkrijgt het daarmee de naam Verkenswedert. Pas als in de daarop volgende eeuwen het dorp internationale bekendheid krijgt vanwege zijn valkenvangers en valkeniers, wordt de naam Verkenswedert gaandeweg vervangen door Valckenwaert.

De valkerij kon zich vanaf de 17e eeuw in Valkenswaard zo goed ontwikkelen omdat het gelegen was in de trekroute van de slechtvalk en het vangen en africhten van de vogels een lucratieve bezigheid was. Vele Valkenswaardse valkeniers waren werkzaam aan bijna alle Europese vorstenhuizen, waar de valkenjacht een geliefd tijdverdrijf was. Echter, met de komst van de Franse revolutie en de daarmee samenhangende teloorgang van vele adellijke geslachten, de moderniseringen van de 19e eeuw en het verdwijnen van uitgestrekte heidevelden, kwam ook een einde aan de valkerij.

De sigarenindustrie werd na 1860 een belangrijke bron van inkomsten voor het weinig welvarende dorp. Er ontstonden in de loop der tijd vele fabrieken en fabriekjes, de laatste vaak met een personeelsbestand van maar enkele mensen. De stagnatie van grondstoffentoevoer tijdens de Tweede Wereldoorlog, de verplichte tewerkstelling van vele sigarenmakers vanwege de Arbeitseinsatz, de verwoesting van fabrieken en fabriekjes tijdens de beschietingen voorafgaand aan de bevrijding in 1944, gevolgd door de anti-tabaks-lobby die eind jaren '50 de kop opstak, deden uiteindelijk de sigarenindustrie de das om. De laatste twee, Hofnar en Willem II, moesten enkele jaren geleden de deuren voorgoed sluiten.

Tot de geschiedenis van Valkenswaard behoren onlosmakelijk ook de bij de bevrijding in de herfst van 1944 gesneuvelde Britse militairen. Zij behoorden tot twaalf verschillende legeronderdelen, waarvan de meeste slachtoffers (107) vielen bij de 53rd Welsh Infantry division. De namen van alle gesneuvelden werden opgetekend door de Commonwealth War Graves Commission. Their name liveth for evermore.

Thans is Valkenswaard een groot modern dorp met een goed geoutilleerde stedelijke kern en vervult de gemeente een centrumfunctie voor het Kempisch gebied. Er wonen ruim 31.000 mensen op 5.650 ha

met dank aan:
Stichting historisch genootschap Valkenswaard
http://www.shgv.nl/index.htm

terug naar bovenkant pagina


g

Historisch tekstfragment

 uit 'Het Koninkrijk der Nederlanden' van J.L. Terwen 1858
 
Valkenswaard (met gehuchten 1.200 inw.), een fraai dorp met 420 inw. In de kom, 5 leerlooierijen, 2 bierbrouwerijen, 2 lijmziederijen, 2 oliemolens en 1 watermolen. Het was vroeger vermaard om de talrijke valkeniers, die uit alle oorden van Europa er hun verblijf hielden, en door hunne groote verteringen en valkenjagten veel tot welvaart der plaats bijdroegen; het dorp heeft een groot, met boomen beplant en digt met huizen bebouwd marktplein, en eene schoone kerk, zonder orgel, maar met eenen hoogen toren; het ligt 2 uren Z. van Eindhoven.

met dank aan: VASO
http://www.vasoprojecten.nl/projecten.php?pid=7

 

terug naar bovenkant pagina

Historisch tekstfragment

Meierijsche Courant, Donderdag 17 November 1904.


Valkenswaard.
Maandag en Dinsdag vierde het St. Nicolaasgilde in de zaal van den heer Jansen-Jaspers feest. Nadat men des morgens de H. Mis had gehoord, werd de dag aangenaam gepasseerd. Een woord van lof aan den krassen tamboer D. Cox, die niettegenstaande hij meer dan acht kruisjes telt het gezelschap nog onder een flinken marsch ter kerke geleidt en van daar naar het lokaal. ’t Is een flinke man, menigen jongeren tot voorbeeld.

 

terug naar bovenkant pagina

Historisch tekstfragment


Meierijsche Courant, Dinsdag 22 November 1904.
Valkenswaard. Volgens oud gebruik zal ook dit jaar weer met Sint Nicolaas de kindervriend op zijn paard stijgen en de ronde doen. Ten einde de marsch van Sint Nicolaas te kunnen vullen, zal er van te voren moeten worden rondgegaan. Wij vertrouwen dan ook, dat de ingezetenen evenals andere jaren het goede hart zullen toonen.

terug naar bovenkant pagina


 

 

Geschiedenis van het gilde St. Nicolaas.

Onze gilde heeft een koningsschild in bezit
waaruit blijkt dat we al in 1609 bestonden,
maar waarschijnlijk is onze"Guld" veel en veel ouder,
maar daar hebben we helaas "nog" geen bewijs,
dus houden we 1609 aan, d.w.z. dat er in 2009 een 400 jarig
bestaan wordt gevierd.


St Nicolaasgilde's oudste zilveren Koningsschild uit "1609"

(De volgende tekst is overgenomen uit
"onder de schutse van het gilde"
van Alfons Ising)

 

In 1933 en 1934 verschenen van J.A. Jolles de delen I en II van, ‘De schuttersgilden en schutterijen van Noord-Brabant, overzicht van hetgeen nog bestaat’.
Het boek was, en is nog steeds, een standaardwerk over het wel en wee van de gilden uit de dertiger jaren van de 20e eeuw.
Jolles liet duidelijk merken dat het in het algemeen bar slecht was gesteld inzake het beheer van gildebezittingen.
Een tweede reden kan zijn, de oprichting van de ‘Bond van schuttersgilde in Kempenland’ op 19 Januari 1935.
Men was er weliswaar nog niet bij aangesloten, maar er waren contacten met andere gilden en dat zal vermoedelijk stimulerend gewerkt hebben.

Tot 1936 zijn we dus aangewezen op andere documenten waarvan het krantenbericht van 16 Juni 1901 zowaar melding maakt van de viering van het 400-jarige bestaan.
Het is vrijwel zeker dat het gilde in die tijd niet beschikte over bewijsmateriaal om het oprichtingsjaar van 1501 kracht bij te zetten.
Men heeft vermoedelijk de oprichtingsdatum gekoppeld aan de bouw van de eerste St. Nicolaaskerk die omstreeks 1500 in gebruik is genomen (aan de kerkhofstraat, zie tekeningen hieronder).

Het is namelijk in gildekringen lange tijd de gewoonte geweest, (het begint nu iets minder te worden) om de oprichtingsdatum van een parochiegilde min of meer gelijk te stellen met het ontstaan van de gelijknamige kapel of kerk.

De historische feiten tonen aan dat veel gilden later zijn ontstaan. Fraaie volzinnen over de hoge ouderdom van een gilde zijn gemakkelijk geschreven, maar het bewijs erbij leveren gaat meestal wat moeilijker.
De viering van het 375-jarig bestaan in 1984 is gebaseerd op een zilveren penning met op de voorzijde de inscriptie, "HVIBERT IANS TE GINHOVEN 1609" en een schietpoel van een weefgetouw.

Met dit feitelijk gegeven zullen we proberen om zo ver mogelijk in de richting van het jaar 1501 te komen.
De koning heette voluit, Huibert Jans(zoon) Dryessen.
Hij was wever van beroep en woonde in het gehucht Geenhoven (Ginhoven, of Ginneve in oud Valkenswaards dialect).
Het Valkenswaardse van toen bestond uit verschillende gehuchten waarvan Geenhoven er een was.
Met behulp van het boek ‘Noordbrabantse plaatsnamen’ van H.E.M. Mélotte en J. Molemans kunnen we heel wat meer te weten komen.

Het koningschieten in 1609 gebeurde in de nabijheid van ‘de Deelshurk’, in een gebied dat met de naam ‘Lovershof (of loevershof)’ werd aangeduidt en dat nu omgrensd wordt door de Molenstraat, Maastrichterweg en Molensteen.
Er was reden om een feestje te bouwen rondom de al langer bestaande traditie van het koningschieten, want het 12-jarige bestand (1609-1621) in de tachtigjarige oorlog (1568-1648) was ingegaan, een tijdelijke vrede dus.

Huibert volgde met het koningschieten in de voetsporen van zijn vader ‘Jan Willems(zoon) Dryessen’ die zich eerder keizer (= drie achtereenvolgende keren tot koning schieten of 5 maal in totaal) van het gilde mocht noemen. Dát moet een héél belangrijke gebeurtenis zijn geweest, want vader Dryessen had zich daarmee de bijnaam ‘de keysser’ (de keizer) verworven. Zelfs zo, dat men meer de bijnaam dan de officiële geslachtsnaam gebruikte. In de oude documenten inzake het grondbezit komen we herhaaldelijk de bijnaam ‘de keysser’ tegen.

Een eerste bevestiging van een ouder bestaan van het gilde dan 1609 vinden we in 1604, waar sprake is van ‘een huijskens metten dryes en lande, aen Synte nyclaes stock’ oftewel, ‘een huis met een Dryes (?) en land, aan de Sint Nicolaasstok’ .
Wanneer we echter de gang van zaken van het keizerschieten (tenminste drie jaren) tegen de achtergrond projecteren van de oorlogshandelingen uit die tijd, mogen we aannemen dat vader Dryessen zich veel eerder dan 1604 tot keizer heeft geschoten.
Dit wordt bevestigd door een grondbezitbeschrijving uit het jaar 1589 die zich in het rijksarchief in ’s Hertogenbosch (Noord-Brabant) bevindt (Rechterlijk archief Waalre en Valkenswaard/Protocol van testamenten, scheidingen, delingen, accoorden, transporten en geloften, 1446-1685).
In het desbetreffende stuk is er sprake van: ‘een stuck erffs eerfsdeels ende lant geheyten den keyserman’.
Bijnamen kreeg men niet zomaar, zeker niet als men zich tot keizer van een gilde schoot, en daarom mag gezegd worden dat ‘Jan Willems(zoon) Dryessen’ zich tenminste een aantal jaren vóór 1589 tot keizer moet hebben geschoten.
Wanneer, ja dat blijft nog een open vraagstuk, omdat tot nu toe elk ouder spoor ontbreekt.
Het Valkenswaardse St. Nicolaasgilde moet volgens deze gegevens al in 1584 hebben bestaan.
Welgeteld is dat geen 375 jaar in 1984 (400 in 2009), maar 400 jaar (425 in 2009), evenveel als in 1901, maar dan wel op heel andere gronden vastgesteld.

 

Alles over deze 400 jarige viering vindt u binnen kort HIER.
Plattegrond van de moderne Heilige St. Nicolaaskerk
op de markt te Valkenswaard, klik HIER!
terug naar bovenkant pagina

 


 

De geschiedenis van Sinterklaas

Al eeuwenlang viert Sinterklaas zijn verjaardag in Nederland. Hoewel iedereen denkt dat de beste man uit Spanje komt, woonde hij rond het jaar 300 in Myra, een plaatsje aan de zuidkust van Turkije.  Bisschop Nicolaas was vroom, hulpvaardig en niet bang.
Toen Nicolaas overleed op 6 december 342 werd hij heilig verklaard en werd zijn sterfdag in ere gehouden als naamdag. En die naamdag vieren wij ieder jaar op 5 december.
Een heilige was niet alleen een goed voorbeeld, maar werd ook gezien als iemand die voor je kon bemiddelen bij God. Nicolaas was de beschermer van zeelieden, maar ook van slager, gevangenen en natuurlijk kinderen.
Voor brave scholieren en arme kinderen was een beloning op 6 december iets om naar uit te kijken. Een typisch Nederlands verschijnsel was dat Nicolaas gold als beschermheilige tegen overstromingen.

 

De zak

De naam Sinterklaas is een verbastering van Sint-Heer-Nicolaas. Het feest bestond uit het kopen van lekkers op de Sinterklaasmarkt op de avond van 5 december. Daarna gaven volwassenen elkaar cadeautjes en omdat kinderen vroeg naar bed moesten mochten zij hun schoen zetten. Zo konden kinderen hun zegen of straf in ontvangst nemen.
Omdat Sinterklaas brave kinderen beloonde lag het voor de hand dat hij ook stoute kinderen zou straffen. De lege zak van de cadeautjes werd gebruikt om deze stoute kinderen in te stoppen.
Gelukkig is dat maar heel zelden voorgekomen; kinderen moeten het wel héél bont maken om in de zak terecht te komen.

Suikergoed

Het vieren van de verjaardag van Sinterklaas gaat meestal gepaard met heel veel lekkers: pepernoten, marsepein, overheerlijke chocolade letters, speculaas poppen en schuimpjes. Suikergoed was oorspronkelijk een kostbaar geneesmiddel, bijvoorbeeld tegen de hoest.

Speculaas

Speculaas is een koek met een bijzonder kruidenmengsel. Vroeger werden er met glazuur of verguldsel figuren op afgebeeld.
Een bijzondere speculaaskoek was de vrijer, afgeleid van Freir de Germaanse god van de vruchtbaarheid. Sinterklaas heerst immers ook over verliefde mensen. Door iemand een vrijer te geven kon je laten merken dat je die persoon wel heel leuk vond. Als de ander de koek aanpakte had je verkering. Zo makkelijk ging dat in de tijd.

met dank aan: http://home.planet.nl/~kiromiji/nl/nhh/nl_sinterklaas.html

terug naar bovenkant pagina